HonkbalWeek Haarlem | Ambassadeur
16751
page,page-id-16751,page-template,page-template-full_width,page-template-full_width-php,ajax_fade,page_not_loaded,,side_area_uncovered_from_content,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-8.0,wpb-js-composer js-comp-ver-4.9.2,vc_responsive

Ambassadeur

Honkbalweek

 

In 1984 werd ik, omdat ik domme dingen gezegd had, uit de Ronde van Frankrijk gehaald en door de NOS op non-actief gezet. Een avond later beklom ik de tribune van het Pim Mulier Stadion in Haarlem… Even geen Tour, even echte, leuke afleiding, even wat anders aan het hoofd.
Dertig minuten later had “het derde honk publiek” zijn liedje klaar en werd ik, door het geheel gevulde stadion luids toegezongen op een manier die me klein maakte en ook met trots vervulde: de mensen stonden achter me. Ik moest, zo werd me duidelijk, toch maar in de sport blijven.

 

Het is nu dertig jaar later en ik ben er nog. Weliswaar worden de schaduwen wat langer en vervagen herinneringen langzaam, maar de Honkbalweek blijft in mijn genen huizen.
Ooit ging ik er met mijn vader heen, Ron Fraser was de coach van het Nederlands team, ooit zat de jonge garde van Studio Sport (Jan Stekelenburg, Bert Spaak, ondergetekende) iedere avond in Haarlem. Het waren de zorgeloze, heerlijke jaren zeventig. Met honkbal kwam je de zomer door, Bob Sullivan was een vriendelijke oom uit Amerika en van een iPhone had nog nooit iemand gehoord.

 

De Honkbalweek is voor mij een der ankerpunten binnen de Nederlandse sport. Ieder jaar weer trokken enthousiastelingen naar de Randweg; manden vol eten en drinken voor diegenen die twee wedstrijden per dag zagen, waar maakte je zoveel warme sportliefde mee?

 

Al die mensen hebben zichzelf en elkaar ouder zien worden, maar bij velen leeft er nog een rudimentair overblijfsel van wat ooit een “must” was.
Nu is het een “must to avoid”. Nu moeten de kinderen en kleinkinderen van die generaties van toen de weg naar het stadion zien te vinden. En ik wijs ze graag de weg.

 

We leven in een andere wereld dan toen, zeggen we, maar is dat zo?
Hebben we allen niet graag een dukdalf bij de hand waar we zo nu en dan even aan kunnen meren. Voor iets van zelf verkozen plezier, iets van een lauw bad, iets van een strelende herinnering.

 

De Honkbalweek is zo’n evenement en het ziet er naar uit dat ik dit jaar ongebreideld naar de Randweg kan trekken om er te gaan zitten en te genieten. Jarenlang heeft het Franse fietsspektakel me weggehouden uit dat stadion: Alpe d’Huez ging voor de werpersheuvel in Haarlem.
Uitslagen hoorde ik later wel.

 

Ik ben gewoon blij en enthousiast dat er mensen zijn die het smeulende vuurtje (dat nog wel aanwezig was rond de Honkbalweek) aan willen blazen. Zoals ik door de jaren heen in de wereld van de grote sport heb geleerd: om in de toekomst te kunnen uitblinken, moet je je eigen verleden koesteren en kennen.

 

In de stad waar de wereldkampioenploeg van Nederland in 2011 werd binnen gehaald gaat men in juli van dit jaar weer “ouderwets” lekker naar honkbal op enig niveau kijken. Toen won Nederland de finale van Cuba. Echte fans weten de uitslag nog (2-1) en die komen graag naar de Randweg. Als je ooit in de zomermaanden in die betonnen kuip een heerlijke dag of een prachtige avond hebt meegemaakt, als het geluid van een honkslag je bekend in de oren klinkt, als je plezier maakt en als je met respect met elkaar omgaat, is een bezoek aan de Honkbalweek een ware verademing in ons jachtige leven.

 

Een avondje honkbal zou opgenomen moeten worden in ieder zorgpakket. Het ontspant, het maakt je blij en geeft je rust. Net zoals toen bij mij in 1984. Ontslagen bij de NOS (waar men later op terug moest komen) en in de armen gesloten bij het Honkbalweekpubliek.

 

Voor eeuwig dank daarvoor.

 

Mart Smeets

Haarlem, februari 2016

Mart
Honkbalweek Haarlem ook meemaken? Wees erbij! van 15 tot 24 juli 2016