Meldcode stichting Honkbalweek Haarlem

Lees hier onze meldcode of gebruik de PDF-versie

Stichting Honkbalweek Haarlem

MELDCODE

bij signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling

2018 – 2022

 

“SAMENWERKEN en VERBINDEN”

 

 

Meldcode
bij signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling

Het bevoegd gezag van

Stichting Honkbalweek Haarlem

Overwegende

dat Stichting Honkbalweek Haarlem verantwoordelijk is voor een goede kwaliteit van begeleiding aan zijn vrijwilligers en dat deze verantwoordelijkheid zeker ook aan de orde is in geval van vrijwilligers die (vermoedelijk) te maken hebben met huiselijk geweld of kindermishandeling;

dat van de vrijwilligers die werkzaam zijn voor Stichting Honkbalweek Haarlem op basis van deze verantwoordelijkheid wordt verwacht dat zij in alle contacten met de vrijwilligers attent zijn op signalen die kunnen duiden op huiselijk geweld of kindermishandeling en dat zij effectief reageren op deze signalen;

dat Stichting Honkbalweek Haarlem een meldcode wenst vast te stellen zodat de bestuursleden en vrijwilligers die binnen Stichting Honkbalweek Haarlem actief zijn weten welke stappen van hen worden verwacht bij signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling;

dat Stichting Honkbalweek Haarlem in deze code ook vastlegt op welke wijze zij de beroepskrachten bij deze stappen ondersteunt;

dat onder huiselijk geweld wordt verstaan: lichamelijk, geestelijk of seksueel geweld, of bedreiging daarmee door iemand uit de huiselijke kring. Waarbij onder geweld wordt verstaan: de fysieke, seksuele, psychische of economische aantasting van de persoonlijke integriteit van het slachtoffer. Daaronder worden ook begrepen ouderenmishandeling, geweld tegen ouders, vrouwelijke genitale verminking, huwelijksdwang en eer gerelateerd geweld. Tot de huiselijke kring van het slachtoffer behoren: familieleden, huisgenoten, de echtgenoot of voormalig echtgenoot, of (ex-) partner, mantelzorgers; dat onder kindermishandeling wordt verstaan: elke vorm van een voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend, of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel. Daaronder is ook begrepen eer gerelateerd geweld, huwelijksdwang, vrouwelijke genitale verminking en het als minderjarige getuige zijn van huiselijk geweld tussen ouders en/of andere huisgenoten;

dat onder vrijwilliger in deze code wordt verstaan: de vrijwilliger die voor Stichting Honkbalweek Haarlem werkzaam is en die in dit verband aan klanten van de organisatie zorg, begeleiding, onderwijs, of een andere wijze van ondersteuning biedt;

dat onder klant in deze code wordt verstaan: iedere persoon aan wie de vrijwilliger zijn diensten verleent.

In aanmerking nemende de Wet bescherming persoonsgegevens; de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 en het privacyreglement van Stichting Honkbalweek Haarlem.

Stelt de volgende Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling vast op

Datum 13 maart 2018

Voorzitter Guus van Dee

1. Verdeling verantwoordelijkheden

Onze primaire taak is het signaleren. Wij hebben niet de expertise en kunnen alleen ondersteunend optreden bij het vaststellen of er al dan niet sprake is van huiselijk geweld en of kindermishandeling. Voor professionele hulp kunnen we advies vragen en zo nodig doorverwijzen. Binnen de Stichting Honkbalweek Haarlem is er een contactpersoon meldcode aangesteld.

De taken van de contactpersoon zijn:

Up to date houden van de meldcode. Informeren van vrijwilligers en derden over dit beleid. Steunen van alle vrijwilligers in hun handelen volgens de meldcode. Zorg dragen voor voldoende deskundigheid bij vrijwilligers over de meldcode. Eindverantwoordelijkheid dragen voor de uitvoering van de meldcode.

Daarnaast heeft de contactpersoon de volgende taken:

  • Functioneren als vraagbaak binnen de stichting voor algemene informatie over alle onderwerpen die te maken hebben met de meldcode.
  • Overleg plegen met de vrijwilliger die zorg heeft over een bepaalde situatie. Indien nodig overleggen met andere vrijwilligers. In geval er een beroep wordt gedaan op de meldcode vaststellen van taken van een ieder (wie doet wat wanneer).
  • Waken voor de veiligheid van betrokkenen bij het nemen van beslissingen.
  • Toezien op zorgvuldige omgang met de privacy van betreffende personen.
  • Zonodig contact op (laten) nemen met externe instellingen.
  • Verslaglegging.
  • Afsluiten van het protocol.
  • Evalueren van het protocol op werkzaamheid, zorgvuldigheid en volledigheid.

Onder de verantwoordelijkheid van de vrijwilligers vallen het:

  • Herkennen van signalen.
  • Overleg plegen met de contactpersoon bij zorg over een bepaalde situatie, aan de hand van waargenomen signalen.
  • Uitvoeren van afspraken die zijn voortgekomen uit het overleg met de contactpersoon, zoals observeren, een gesprek met betrokkenen, of contact opnemen met externe instellingen.
  • Bespreken van de resultaten van deze ondernomen stappen met de contactpersoon.

Verantwoordelijk voor het besluit in stap 5 benoemd in onderdeel 2 voor het al dan niet doen van een melding is de contactpersoon meldcode.

2. Stappenplan bij signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling

Meldcode in relatie tot het beroepsgeheim en het meldrecht kindermishandeling en huiselijk geweld.

Het wettelijk meldrecht voor huiselijk geweld en kindermishandeling biedt alle vrijwilligers met een beroepsgeheim of een andere zwijgplicht, het recht om een vermoeden van kindermishandeling of huiselijk geweld te melden, ook als zij daarvoor geen toestemming hebben van hun klant.

De stappen van de meldcode beschrijven hoe een beroepskracht met een geheimhoudingsplicht op een zorgvuldige wijze omgaat met dit meldrecht.

Stap 1: In kaart brengen van signalen

Bij het signaleren is het belangrijk om objectief te signaleren. Dat wil zeggen dat alleen concrete, feitelijke zorgen beschreven worden en dat er niet wordt geïnterpreteerd. Ga uit van gegevens en niet van vermoedens. Het registreren van achtergrondinformatie is onderdeel van het signaleren.

  • Breng de signalen die een vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling bevestigen of ontkrachten in kaart en leg deze vast.
  • Leg ook de contacten over de signalen vast, evenals de stappen die worden gezet en de besluiten die worden genomen.
  • Beschrijf uw signalen zo feitelijk mogelijk. Worden ook hypothesen en veronderstellingen vastgelegd, vermeld dan uitdrukkelijk dat het gaat om een hypothese of veronderstelling. Maak een vervolgaantekening als een hypothese of veronderstelling later wordt bevestigd of ontkracht.
  • Vermeld de bron als er informatie van derden wordt vastgelegd.
  • Leg diagnoses alleen vast als ze zijn gesteld door een bevoegde beroepskracht.

Signalen van geweld door een vrijwilliger
Gaan de signalen over mogelijk geweld gepleegd door een vrijwilliger ten opzichte van een klant of andere vrijwilliger, meld de signalen dan bij de contactpersoon meldcode of het bestuur, conform de interne richtlijnen. In dat geval is dit stappenplan niet van toepassing.

Signalen van geweld tussen klanten onderling
Signalen over mogelijk geweld gepleegd tussen klanten, vallen niet onder het stappenplan van de meldcode. Uw signalen meldt u bij de contactpersoon meldcode of het bestuur. Het bestuur draagt zorg voor melding aan de Inspectie of de andere toezichthouder.

Stap 2: Collegiale consultatie en zo nodig raadplegen van Veilig Thuis of een deskundige op het gebied van letselduiding.

  • Bespreek de signalen met een deskundige collega. Vraag zo nodig ook advies aan Veilig Thuis of aan een deskundige op het gebied van letselduiding, als er behoefte is aan meer duidelijkheid over (aard en oorzaak) van letsel.
  • Met name in de medische sector kan het van belang zijn een deskundige in te schakelen op het gebied van letselduiding. In andere sectoren ligt het voor de hand dat zo nodig forensische expertise wordt ingeschakeld via Veilig Thuis.
  • Leg de uitkomsten van de collegiale consultatie en/of het gegeven advies vast.

Bij specifieke vormen van geweld over mogelijke risico’s van vervolgstappen Is er binnen uw stichting onvoldoende kennis aanwezig over de aanpak van specifieke vormen van geweld, zoals eer gerelateerd geweld, huwelijksdwang, seksueel misbruik en vrouwelijke genitale verminking, of ouderenmishandeling, vraag dan altijd advies aan Veilig Thuis over uw vervolgstappen. Dit advies is ook van belang om mogelijke veiligheidsrisico’s van eventuele vervolgstappen zorgvuldig te kunnen afwegen.

Stap 3: Gesprek met betrokkenen
Bespreek de signalen met betrokkenen. Heeft u ondersteuning nodig bij het voorbereiden of het voeren van het gesprek raadpleeg dan de contactpersoon en/of Veilig Thuis. Het gesprek:

  • Leg de betrokkene het doel uit van het gesprek.
  • Beschrijf de feiten die u hebt vastgesteld en de waarnemingen die u hebt gedaan.
  • Nodig de betrokkenen uit om een reactie hierop te geven.
  • Kom pas na deze reactie zo nodig met een interpretatie van hetgeen u hebt gezien, gehoord en waargenomen.

In geval van vrouwelijke genitale verminking kunt u daarbij de ‘Verklaring tegen meisjesbesnijdenis’ gebruiken. Het doen van een melding zonder dat de signalen zijn besproken met betrokkene, is alleen mogelijk als:

  • er concrete aanwijzingen zijn dat de veiligheid van de betrokkene, die van u zelf, of die van een ander in het geding is, of zou kunnen zijn;
  • als u goede redenen hebt om te veronderstellen dat de betrokkenen door dit gesprek het contact met u zal verbreken en dat de betrokkenen daardoor niet voldoende meer kan worden beschermd tegen het mogelijk geweld.

Melding in de verwijsindex risicojongeren
Overweeg bij het zetten van stap 3 of het noodzakelijk is om, gelet op de bedreiging van de ontwikkeling van de jeugdige(n), ook een melding te doen in de verwijsindex risico-jongeren.

NB: Een melding in de verwijsindex is bedoeld om beroepskrachten die betrokken zijn bij ‘risicojongeren’ bij elkaar te brengen zodat ze hun interventies op elkaar af kunnen stemmen en niet langs elkaar heen werken. Een melding in de verwijsindex is geen alternatief voor het doen van een melding van kindermishandeling bij Veilig Thuis. Ga daarom, ook als u besluit tot een melding in de verwijsindex, door met stap 4 en 5 van de meldcode als uw vermoeden van kindermishandeling door het gesprek met de ouders en/of de jeugdige niet zijn weggenomen.

Stap 4: Weeg de aard en de ernst van het huiselijk geweld of de kindermishandeling en vraag in geval van twijfel altijd (opnieuw) advies aan Veilig Thuis.
Weeg op basis van de signalen, van het ingewonnen advies en van het gesprek met de betrokkene het risico op huiselijk geweld of kindermishandeling. Weeg eveneens de aard en de ernst van het huiselijk geweld of de kindermishandeling.

Raadpleeg in geval van twijfel altijd (opnieuw) Veilig Thuis. De medewerkers van Veilig Thuis bieden ondersteuning bij het wegen van het geweld en van de risico’s op schade en zij kunnen adviseren over vervolgstappen.

Stap 5: Beslissen: zelf hulp organiseren of melden
Hulp organiseren en effecten volgen Het organiseren van hulp wordt in overleg met de contactpersoon meldcode ingevuld. Meent u, op basis van uw afweging in stap 4, dat u betrokkene en zijn gezin redelijkerwijs voldoende tegen het risico op huiselijk geweld of op kindermishandeling kunt beschermen:

  • organiseer dan de noodzakelijke hulp;
  • volg de effecten van deze hulp;
  • doe alsnog een melding als er signalen zijn dat het huiselijk geweld of de kindermishandeling niet stopt of opnieuw begint.

Melden en bespreken met de betrokkene
Kunt u betrokkene niet voldoende tegen het risico op huiselijk geweld of op kindermishandeling beschermen of twijfelt u er aan of u voldoende bescherming hiertegen kunt bieden:

  • meld uw vermoeden bij Veilig Thuis;
  • sluit bij uw melding zoveel mogelijk aan bij feiten en gebeurtenissen en geef duidelijk aan indien de informatie die u meldt (ook) van anderen afkomstig is;
  • overleg bij uw melding met Veilig Thuis wat u na de melding, binnen de grenzen van uw gebruikelijke werkzaamheden, zelf nog kunt doen om betrokkene en zijn gezinsleden tegen het risico op huiselijk geweld of op mishandeling te beschermen

Bespreek uw melding vooraf met uw betrokkene (vanaf 12 jaar) en of met de ouder (als de betrokkene nog geen 16 jaar oud is).

  • Leg uit waarom u van plan bent een melding te gaan doen en wat het doel daarvan is.
  • Vraag de betrokkene uitdrukkelijk om een reactie.
  • In geval van bezwaren van de betrokkene, overleg op welke wijze u tegemoet kunt komen aan deze bezwaren.
  • Is dat niet mogelijk, weeg de bezwaren dan af tegen de noodzaak om de betrokkene of zijn gezinslid te beschermen tegen het geweld of de kindermishandeling. Betrek in uw afweging de aard en de ernst van het geweld en de noodzaak om de betrokkene of zijn gezinslid door het doen van een melding daartegen te beschermen.
  • Doe een melding indien naar uw oordeel de bescherming van de betrokkene of zijn gezinslid de doorslag moet geven.

Van contacten met de betrokkene over de melding kunt u afzien:

  • als er concrete aanwijzingen zijn dat de veiligheid van de betrokkene, die van u zelf, of die van een ander in het geding is, of zou kunnen zijn;
  • als u goede redenen hebt om te veronderstellen dat de betrokkene daardoor het contact met u zal verbreken.

3. Verantwoordelijkheden van Stichting Honkbalweek Haarlem

Gelet op de Wet verplichte meldcode draagt het bevoegd gezag van Stichting Honkbalweek Haarlem er zorg voor dat:

  • er binnen de organisatie een meldcode beschikbaar is die voldoet aan de eisen van de wet;
  • er binnen de organisatie bekendheid wordt gegeven aan het doel en de inhoud van de meldcode;
  • de meldcode wordt opgenomen in het inwerkprogramma van nieuwe vrijwilligers;
  • er voldoende deskundigen beschikbaar zijn die de vrijwilligers kunnen ondersteunen bij het signaleren en het zetten van de stappen van de meldcode;
  • de meldcode aansluit op de werkprocessen binnen de organisatie;
  • de werking van de meldcode regelmatig wordt geëvalueerd en dat zo nodig acties in gang worden gezet om de kennis over en het gebruik van de meldcode te bevorderen.

 

BIJLAGE II Overzicht van Signalen

Bij het gebruik van deze informatie is enige voorzichtigheid geboden. Het opmerken van één of enkele signalen hoeft geen grond te zijn voor een vermoeden van huiselijk geweld en of kindermishandeling. Een andere oorzaak is ook mogelijk. Daarbij is de hieronder gepresenteerde signalenlijst niet uitputtend.

Lichamelijke en gedragssignalen

  • Onverklaarbare blauwe plekken, schaafwonden, kneuzingen
  • Slechte verzorging wat betreft kleding, hygiëne, voeding
  • Onvoldoende geneeskundige/tandheelkundige zorg
  • Ontwikkelingsachterstanden (motoriek, spraak, taal, emotioneel, cognitief) Psychosomatische klachten: buikpijn, hoofdpijn, misselijk etc.
  • Vermoeidheid, lusteloosheid
  • Extreem zenuwachtig, gespannen, angstig of boos
  • Teruggetrokken gedrag
  • Kind is bang voor de ouder
  • Recidiverende urineweginfecties
  • Plotselinge verandering in gedrag
  • Niet zindelijk (vanaf 3 jaar)
  • Klein voor de leeftijd
  • Veel aandacht vragen op een vreemde manier
  • Kind komt steeds bij andere artsen/ziekenhuizen
  • Niet bij de leeftijd passende kennis van of omgang met seksualiteit
  • Houterige manier van bewegen (benen, bekken ‘op slot’)
  • Seksueel overdraagbare aandoening
  • Slaapproblemen
  • Voeding/eetproblemen
  • Angst of schrikreacties bij onverwacht lichamelijk contact
  • Lichaam stijf houden bij optillen
  • Angstig bij het verschonen
  • Niet spelen met andere kinderen (vanaf 3 jaar)
  • Afwijkend spel (ongebruikelijke thema’s die kunnen wijzen op kindermishandeling)
  • Snel straf verwachten
  • Agressieve reacties naar andere kinderen
  • Geen interesse in speelgoed/spel

Typische schoolsignalen

  • Onveilige behuizing
  • Onhygiënische leefruimte
  • Sociaal geïsoleerd
  • Kind gedraagt zich anders als de ouders in de buurt zijn
  • Gezin verhuist vaak
  • Gezin wisselt vaak van huisarts of specialist
  • Huwelijksproblemen van ouders
  • Lichamelijk straffen is gangbaar
  • Ouder schreeuwt naar een kind of scheldt het uit
  • Ouder troost kind niet bij huilen
  • Ouder reageert niet of nauwelijks op het kind
  • Ouder heeft irreële verwachtingen naar het kind

Typische kinderopvangsignalen

  • Regelmatig te laat opgehaald
  • Geen of weinig belangstelling van de ouders voor (belevenissen van) het kind
  • Afwijkend gedrag van het kind bij het halen en brengen door ouders
  • Zich niet willen uitkleden voor het slapen
  • Kind wordt onverwacht uitgeschreven zonder afscheid

Typische schoolsignalen

  • Leerproblemen
  • Taal- of spraakproblemen
  • Plotselinge drastische terugval in schoolprestaties
  • Faalangst
  • Veel schoolverzuim
  • Altijd heel vroeg op school zijn en na schooltijd op school blijven
  • Geheugen- of concentratieproblemen
  • Geen of weinig belangstelling van de ouders voor (de schoolprestaties van) het kind
  • Angstig bij het omkleden (bv. gym, zwemmen)
  • Afwijkend gedrag wanneer de ouders het kind van school halen
  • Kind wordt onverwacht uitgeschreven zonder afscheid

BIJLAGE III

Overzicht bespreekpunten collega’s en contactpersoon

  • Wat zijn de signalen
  • Wanneer is de zorg ontstaan
  • Waardoor is de zorg ontstaan
  • Hoe vaak komen de signalen voor
  • Wanneer komen de signalen voor
  • Veranderen de signalen in intensiteit
  • Is het aantal signalen toegenomen
  • Hebben andere collega’s ook signalen opgemerkt.

BIJLAGE IV

Overzicht tips voor gesprek met betrokkene.

Tips voor het gesprek

  • Voer het gesprek met een open houding.
  • Kies een rustig moment uit.
  • Steun de betrokkene en stel het op zijn gemak.
  • Gebruik korte heldere zinnen.
  • Begin met open vragen (Wat is er gebeurd? Wanneer is het gebeurd? Waar heb je pijn? Wie heeft dat gedaan?) en wissel deze af met gesloten vragen (Ben je gevallen? Heb je pijn? Ging je huilen? Vond je dat leuk of niet leuk?).
  • Vraag belangstellend en betrokken, maar vul het verhaal niet in.
  • Houd het tempo van betrokkene aan, niet alles hoeft in één gesprek.
  • Vraag niet verder, wanneer betrokkene niets wil of kan vertellen.
  • Sluit aan bij waar betrokkene op dat moment mee bezig is.
  • Laat betrokkene niet merken dat je van het verhaal schrikt.
  • Val personen die belangrijk zijn voor betrokkene niet af, in verband met loyaliteitsgevoelens.
  • Geef aan dat je niet geheim kan houden wat betrokkene vertelt. Leg uit dat je met anderen gaat kijken hoe je betrokkene het beste kan helpen.
  • Leg betrokkene uit dat je het op de hoogte houdt van elke stap die je neemt.
  • Let tijdens het gesprek goed op de non-verbale signalen.
  • Stop het gesprek als je merkt dat de aandacht van betrokkene weg is.

BIJLAGE V

Sociale kaart Kennemerland

Regionaal

  • Veilig Thuis Kennemerland (AMK) 0800-2000
  • Bureau Jeugdzorg/GGZ 088-777 8000
  • CJG Kennemerland 088-995 8484
  • Bureau Slachtofferhulp 0900-0101
  • GGD Kennemerland 023-515 9500
  • Dock Haarlem 023-543 6000
  • Politie 0900-88 44
  • Raad voor de Kinderbescherming Haarlem 023-888 2500
  • Blijf Groep Haarlem(vrouwenopvang) 023 532 07 22

Landelijke

  • Advies en Meldpunt Kindermishandeling 0900-12 31 230
  • Bureau Jeugdzorg 0900-20 03 004
  • Huiselijk geweld 0900–120 21 50
  • Kindertelefoon 0800-04 32
  • Kinderrechtswinkel 020-62 60 067
  • Korrelatie 0900-14 50
  • Landelijk Bureau Slachtofferhulp 030-23 40 116
  • NIZW/Expertisecentrum Kindermishandeling infolijn 030-23 06 560
  • Opvoedtelefoon 0900-70 08 090
  • Stichting Ambulante Fiom 073-61 28 821
  • Transact 030-23 26 500