






Even blij worden we als we José-Andres Paula zijn traditionele sprintje naar zijn positie in het buitenveld zien trekken en zo zal elke toeschouwer zijn persoonlijke favorieten hebben. En misschien komt daar vandaag wel weer een nieuwe publiekslieveling bij. Het belooft deze dinsdag in ieder geval weer een dag vol tophonkbal te worden:
11:30 Italy – Czechia
15:00 Int Globetrotters – Chinese Taipei
19:30 Team Kingdom NL – Curaçao
Kom dus vroeg naar het Pim Mulierstadion om te zien of Italië haar ongeslagen status weet te behouden en pak de gezellige Caribbean Night mee met niet alleen een hopelijk spannende broederstrijd tussen Team Kingdom en Curaçao, maar ook live muziek op het terras bij het linksveld!

In een spannend duel waarin vooral de werpers en veldspelers zich van hun beste kant lieten zien, heeft Tsjechië haar eerste overwinning op de Honkbalweek geboekt. Eén schamele run bleek voldoende voor de zege en daardoor zijn de Tsjechen meteen ook van de laatste plek af. Dat stokje wordt nu overgenomen door de Taiwanezen, die zich vandaag niet wisten te revancheren voor de pandoering die ze gisteren kregen van Team Kingdom.
Beide teams wisten dat een slecht resultaat vandaag weleens funest zou kunnen zijn voor de kansen om de groepsfase succesvol door te komen en dus leek men er aanvankelijk vooral op gebrand niet te verliezen. De twee startende werpers, Jan Novák namens Tsjechië en Yi-Wei Lin voor Chinese Taipei, hielden hun opponenten stevig onder de duim.
Vooral Novák had weinig te duchten van de Taiwanezen. Pas in de vierde inning incasseerde hij zijn eerste honkslag, terwijl in de daaropvolgende slagbeurt Hsiao-Yun Chen de eerste – en tevens laatste – Taiwanees was die in scoringspositie kwam, maar verder dan het tweede honk kwamen Chen noch zijn ploeggenoten. Hierbij kon Novák wel rekenen op de nodige steun van met name zijn buitenvelders die met enkele knappe vangballen potentiële twee- of zelfs driehonkslagen voorkwamen.
De Tsjechisch aanval beet een stuk beter van zich af, maar daar hielden ze echter lange tijd net zo veel punten aan over. Tot driemaal toe sneuvelde een van hun honklopers op het derde honk. In de zesde inning capituleerden de Taiwanezen alsnog. Nota bene op een moment dat er al twee man uit waren, sloeg eerst Matěj Vlach een honkslag, waarna hij helemaal vanaf het eerste honk over de thuisplaat werd gebracht door een klap van Šimon Blažek die net buiten het bereik van midvelder Hsiao-Yun Chen naar de muur rolde.
Hoewel de marge minimaal was, kwam de eerste Tsjechische overwinning in Haarlem nooit meer in gevaar. Hun reliever Vojtěch Ventruba stond in de laatste drie innings zelfs geen honkslag meer toe en zo zijn ook zij van de hatelijke nul in de win-column af.
↑ Volle tribunes op het Pim Mulier Stadion tijdens de negende inning van NED–JPN. Het publiek beleefde een avond die het stadion niet snel zal vergeten.

Ook na drie wedstrijden behoudt de Italiaanse ploeg haar ongeslagen dankzij een klinkende zege op een gisteren nog ontketend Curaçao. In een tamelijk eenzijdige strijd, waarin de Italianen veertien honkslagen sloegen tegenover vier van Curaçao, waren negen runs in de zesde inning meer dna genoeg voor de Zuid-Europeanen om de winst op te eisen.
De Curaçaose startende werper Siamani Boekhoudt had het van het begin af aan lastig met de Italiaanse slagploeg. Ondanks twee honkslagen kwam hij nog wel ongeschonden uit de eerste inning, maar in de volgende slagbeurt moest hij alsnog zijn eerste tegenpunten incasseren. Honkslagen van Alberto Mineo, Federico Celli, Lorenzo Morresi en Gabriele Angioi resulteerden uiteindelijk in twee Italiaanse runs.
Boekhoudts opponent Javier Jose Fandino Hidalgo, startend werper namens de Azzurri, had ruim twee innings de slagploeg van Curaçao onder control, maar in de derde ging het mis en daar was hij zelf deels verantwoordelijk voor. Op een grondbal van Darren Seferina nam hij namelijk niet snel genoeg het eerste honk over, waardoor de aanworp van kortestop Gabriele Angioi in niemandsland verdween en waardoor niet alleen Phildrick Llewellyn kon scoren, maar ook zijn mede-honkloper Riordan Windster de thuisplaat kon passeren.
Klevert Martina had duidelijk meer grip op de Italianen dan zijn voorganger. Sterker nog, in de volgende drie innings die Martina op de heuvel stond kreeg hij slechts één honkslag tegen, terwijl hij ook maar eenmaal vier wijd opgaf. In zijn vierde inning, en dus de zesde Italiaanse slagbeurt, was de tank van Martina leeg en had Italië na twee honkslagen, een vier wijd en een foutieve aangooi van catcher Phildrick Llewellyn op een Italiaanse steelpoging plots weer een voorsprong van twee punten.
Nadat Cerilio Soleana Martina was komen vervangen ging het voor Curaçao van kwaad tot erger en met diens vervanger Finn Kragt werd het helaas niet beter. Zeven opeenvolgende vrije lopen en honkslagen bezorgden Italië een ruime voorsprong van 9-2 waar een verre tweehonkslag van Miguel Eduardo Fabrizio nog twee punten aan toevoegde. Hoewel Curaçao nog wel één run sprokkelde en in de slotinning zelfs nog een man in scoringspositie bracht, kwam de zege voor Italië nooit meer in gevaar.
‘In 1961 was het eigenlijk een gewoon toernooitje, een initiatief van Gé Hoogenbos’, kijkt Theo terug op de eerste die werd georganiseerd op het Gemeentelijk Honkbalterrein aan het Badmintonpad, het complex waar HCK – beter bekend als Kinheim – vele jaren de thuiswedstrijden speelde. Theo: ‘Ik was een nieuwsgierig jochie van elf jaar, dat over het hek hing om naar de wedstrijden te kijken. Nederland verloor toen van Alconbury.’ In 1961 namen vier ploegen deel afkomstig van Amerikaanse bases in Engeland, Frankrijk en het toenmalige West-Duitsland. Theo: ‘In 1963 kwamen de Sullivans naar Haarlem, toen werd het echt leuk. In de jaren erna heb ik mijn school afgemaakt, maar ik ben ook elke keer komen kijken. Wel ben ik er even een paar jaar tussenuit geweest vanwege militaire dienst.’
Van ziekenomroep naar de perstribune
Begin jaren zeventig raakte Theo ook journalistiek actief bij de Honkbalweek. Theo: ‘Ik ging vrijwilligerswerk doen bij Ziekenomroep Haarlem, dat was Radio Parade, dat stond voor Patienten Radio Deo. Ik ging sportprogramma’s maken. We maakten live radio-uitzendingen, daar werd een telefoonlijn voor getrokken naar de perstribune door wat toen de PTT was. Ja, het gebeurde dan wel eens dat een truck de kabel los trok of doormidden reed. We maakten uitzendingen ‘s avonds tussen acht en tien uur voor vijf ziekenhuizen, inclusief het Marine-hospitaal. De patienten hadden eigenlijk niks, ze lagen zo’n drie weken in het ziekenhuis, met zijn zessen op een kamer, een TV moest je huren. Maar met een schelpje op je oor kon je luisteren. Mijn vrouw en ik werden programmaleider.’
Vijf Olympische Spelen en een leven vol sportverhalen
En schrijven voor het Haarlems Dagblad ging Theo er ook bij doen. En later ook de lokale kabelomroep, wat nu Haarlem 105 is. En Radio Noord-Holland. En NOS Langs de Lijn kwam er ook bij. Theo: ‘Daar hadden ze eerst iemand nodig voor judo, maar ik ging ook honkbal, softbal en badminton doen.’ Voor Langs de Lijn deed Theo verslag op vijf Olympische Spelen, 1996 in Atlanta, 2000 in Sydney, 2004 in Athene, 2008 in Peking en 2012 in Londen. ‘Onder meer tijdens de befaamde wedstrijd tegen Cuba in Sydney, de eerste Olympische nederlaag van Cuba.’ O ja, Theo is ook nog 20 jaar stadionspeaker bij Haarlem voetbal geweest.
Voor het Haarlems Dagblad bleef Theo tot vorig jaar actief, waar hij lang samenwerkte met Monne Reitsma, die in januari op de veel te jonge leeftijd van 55 jaar overleed. ‘Dat is nog steeds een echt gemis’, zegt Theo. ‘Ik ben gestopt omdat het teveel tijd kostte. De honkbaljournalisten kwamen elkaar overal tegen. Ik ben eigenlijk nog de enige die nog over is, samen met Marco Stoovelaar, overal aanwezig. Het enige wat ik nu wel nog doe voor het Haarlems Dagblad is Duijnwijck badminton volgen.’
Theo maakte zijn verhalen voor de krant thuis en mailde ze dan. ‘Het toeval wil dat ik twee minuten fietsen van het stadion woon. Ik heb alles in de buurt, Haarlem voetbal, Sparks Haarlem, Onze Gezellen, Kinheim en DSS honkbal en softbal en Duijnwijck badminton’, aldus Theo.
Theo: ‘De mooiste wedstrijden tijdens een Honkbalweek zijn toch wel de wedstrijden tussen Nederland en Italië, sowieso de wedstrijden van Nederland, maar ook de knuppels van Cuba. De sfeer is heel bijzonder, nooit een wanklank. Er liep altijd maar één wijkagent rond, dat was vaak Dassy Rasmijn. Het blijft een uniek toernooi. Ik kijk er met plezier op terug.’
Theo, bedankt voor al je mooie verhalen en reportages. Tot over twee jaar, maar dan als toeschouwer. (MS)