Honkbalweek-legende Bob Sullivan overleden

Fotopersbureau De Boer (Poppe de Boer), Noord-Hollands Archief

© Fotopersbureau De Boer (Poppe de Boer), Noord-Hollands Archief

We hebben het trieste bericht ontvangen dat Bob Sullivan, de oprichter, eigenaar en legendarische manager van het beroemde honkbalteam Sullivans en onze goede Honkbal Week-vriend, op dinsdag 17 februari op 96-jarige leeftijd is overleden.

Met zijn team nam Bob Sullivan veertien keer (zesmaal toernooiwinst) deel aan de Haarlemse Honkbal Week, waardoor hij een icoon werd van het bekende internationale tweejaarlijkse toernooi in Haarlem. Tijdens deze evenementen werd Sullivan bijna altijd vergezeld door zijn goede vriend (pitcher en coach) Carl Angelo, eveneens een icoon van de Honkbal Week. Voor zijn invloed op en belangrijke rol in de ontwikkeling van het Nederlandse honkbal, werd Sullivan in 1984 opgenomen in de Nederlandse Honkbal- en Softbal Hall of Fame. De Sullivans namen ook eenmaal deel aan het World Port Tournament in Rotterdam.

Robert James (Bob) Sullivan werd geboren op 15 december 1929 in Grand Rapids, Michigan, waar hij een lokale legende werd. Niet alleen in de honkbalwereld, maar ook als succesvol zakenman. Een besloten herdenkingsdienst voor Bob Sullivan zal worden gehouden in de St. Mary’s Church in Grand Rapids. Een herdenkingsbijeenkomst zal op een later tijdstip plaatsvinden.

In 1953 richtte Bob Sullivan, toen nog maar 23 jaar oud, zijn honkbalteam op, een paar jaar nadat hij zijn bedrijf, Sullivan’s Carpet & Furniture, in Grand Rapids was begonnen. Zowel zijn honkbalteam, dat officieel Grand Rapids Sullivans heette, als zijn bedrijf werden bekende namen en een begrip, ook in Nederland.

Toen zijn bedrijf succesvol en winstgevend werd, was Bob Sullivan niet alleen zeer actief in de honkbalwereld, maar sponsorde hij ook American football en basketbal, was hij betrokken bij boksen en richtte hij Little League Baseball op in Grand Rapids. Dankzij een donatie van Sullivan aan de stad Grand Rapids in 2014 konden kinderen in de zomer gratis zwemmen in de gemeentelijke zwembaden. Sullivan was ook eigenaar van het Howard Johnson Plaza Hotel Grand Rapids, het Radisson Hotel Grand Rapids Riverfront en een aantal bars.

Daarnaast werkte Bob Sullivan 36 jaar lang als scout voor Major League-club Detroit Tigers. In de loop der jaren kwamen veel spelers van het Sullivans-team uit in het professionele honkbal. Meer dan zeventig van hen bereikten de Major League, waaronder bekende spelers als Mike Cubbage, Willie Horton, Kirk Gibson, Al Kaline, Dave Machemer en Dave Rozema. Sullivan was ook adviseur van voormalig Tigers-General Manager Jim Campbell.

De Sullivans-ploeg won talloze regionale en nationale titels, waaronder vier kampioenschappen van het National Baseball Congress (1960, 1970, 1983 en 1984). Het team speelde in elk NBC World Series-toernooi van 1955 tot 1987. Bob Sullivan was al die jaren de manager. Sullivan werd viermaal tot Manager van het Toernooi. Sullivans speelde in Grand Rapids de thuiswedstrijden op Valley Field (geopend in 1937), dat in 1996 naar Sullivan werd vernoemd.

In 1961 reisde het Nederlands honkbalteam naar Grand Rapids en Kalamazoo, Michigan. Daar speelde Oranje een aantal wedstrijden tegen de Sullivans. Tijdens deze reis werden de contacten met Bob Sullivan versterkt en werd hij met zijn team uitgenodigd om naar Haarlem te komen.

Twee jaar later, in 1963, nam het team van Sullivan voor het eerst deel aan de tweede editie van de Honkbal Week, die voor het eerst in het nieuwe Pim Mulier Stadion werd gehouden, en was het eerste niet-Europese team dat naar Haarlem kwam. In hun eerste wedstrijd wonnen de Sullivans echter slechts met 3-2 van Nederland! Later in het toernooi, in hun tweede wedstrijd tegen Oranje, wonnen de Amerikanen met slechts 2-1 in een door regen ingekorte wedstrijd. De Sullivans wonnen het toernooi, maar Bob Sullivan wist wat hij moest doen: in de toekomst een sterker team samenstellen. En dat deed hij. Het team domineerde daarna jarenlang en werd een publiekslieveling!

De Sullivans keerden in 1968 terug en wonnen vervolgens drie ‘Weken’ op rij. Het team nam veertien keer deel aan de Haarlemse Honkbal Week (1963, 1968, 1969, 1971, 1972, 1974, 1976, 1982, 1988, 1990, 1992, 1994, 1996 en 1998). Twaalf keer als Sullivans en twee keer onder de naam Little Caesar’s (in 1992 en 1994), toen de pizzaketen de hoofdsponsor van het team was. De Amerikanen wonnen de Haarlemse Honkbal Week zesmaal (1963, 1968, 1969, 1971, 1988 en 1990).

Op vrijdagavond 27 juni 1969, tijdens de vijfde Haarlemse Honkbal Week, waren Bob Sullivan en zijn team betrokken bij één van de meest memorabele momenten in de geschiedenis van het toernooi. Een moment dat in dit verhaal niet mag ontbreken. De wedstrijd tussen Nederland en de Sullivans stond gepland voor deze zevende speeldag. Het Pim Mulier Stadion was snel uitverkocht en enkele duizenden toeschouwers waren getuige van iets dat de volgende dag in de Nederlandse kranten ‘het schandaal’ werd genoemd. Tijdens de wedstrijd vond er namelijk een heftige ‘bench-clearing’ plaats. Zoiets was in de jaren 60 nog nooit eerder op een Nederlands honkbalveld voorgekomen. In de derde inning deed zich al een klein incident voor toen slagman Boudewijn Maat hard werd geraakt door een worp van werper John Ravin. Maat kon niet verder spelen. De Sullivans vergrootten hun voorsprong uiteindelijk naar 9-4. En toen begon de zesde inning. Het Amerikaanse team scoorde twee keer in de 1e6, maar vervolgens werd honkloper Bob Kruger door scheidsrechter Cor Blitterswijk uitgegeven op het tweede honk vanwege hinderen en het opbreken van een dubbelspel. Tijdens zijn sliding kwam zijn been te hoog en te dicht bij tweede honkman Johnny Jonkers. Bob Sullivan stormde het veld op en er ontstond een verhitte discussie met Blitterswijk. In de 2e6 was Jonkers de eerste slagman. Hij kreeg het eerste honk toegewezen na hinderen-catcher van Alex Kanoza. Deze keer gingen Sullivan en zijn assistent Carl Angelo in discussie met plaatscheidsrechter Aart Wedemeijer. De protesten van Sullivan en Angelo werden beantwoord met luid boegeroep en geschreeuw van de toeschouwers. Tegelijkertijd brak er een schermutseling uit bij het slagperk tussen de volgende slagman, Hans Augustinus, en catcher Alex Kanoza. Een paar Sullivan-spelers begonnen zich er mee te bemoeien, evenals een paar Nederlandse spelers. Hamilton Richardson rende het veld op en duwde een speler. Hierna was het hek van de dam, want plotseling stonden alle spelers op het veld. En ja, er werden een paar klappen uitgedeeld. Uiteindelijk werd niemand van het veld gestuurd. Nadat de rust was teruggekeerd, werd de wedstrijd hervat. Na de zesde inning leidde Sullivans met 11-6. Na twee puntloze innings kwam Sullivans in de negende inning nog tot een rally van tien punten en won met 21-6.

Na de wedstrijd kwam het voltallige bondsbestuur bijeen om het bijzondere moment te bespreken. ,,Het spijt me”, zei Bob Sullivan na de wedstrijd tegen organisatie-voorzitter Gerard Voogd. Na het toernooi had Bob Sullivan niets dan lof. Hij vertelde de pers destijds: ,,Het Nederlandse honkbal is volwassen aan het worden. Niet alleen qua spel, maar vooral qua omstandigheden. Het publiek hier heeft een beter gevoel voor de sport, beter dan de vorige twee keer dat ik hier was. Toen applaudisseerden ze alleen voor een honkslag of een goede vangbal. Nu voel je de juiste honkbalsfeer al een uur van tevoren en zelfs tijdens de wedstrijd. Daarom zeg ik dat honkbal in Nederland volwassen aan het worden is. Honkbal in Nederland heeft een mooie toekomst.”

Voor het ‘Leesvoer’ van de Honkbal Week van 1990 sprak de schrijver van dit In Memoriam (en de editor-in-chief van ‘Leesvoer’) met de betrokken umpires Cor Blitterswijk en Aart Wedemeijer, die beiden helaas ook zijn overleden. Blitterswijk toen: ,,Ik stond bij het tweede honk. Eén van de spelers van de Sullivans brak vrij hard een dubbelspel op en zoiets kon hier toen gewoon nog niet. Ik gaf hem uit en daar kwam Bob Sullivan aan. Wat was-ie kwaad. We wisselden wat woorden, hij in het Engels, ik in het Nederlands. Nou, sinds die tijd mag je in Nederland ook een dubbelspel opbreken”. Wedemeijer: ,,Ik was hoofd bij de beruchte vechtpartij. Een situatie die je nooit meer vergeet. Nou, dat was wat hoor, maar we hebben de wedstrijd gelukkig wel uit kunnen spelen”. Bob Sullivan bleef na 1969 regelmatig met zijn team terugkeren naar Haarlem. Ondanks zijn optreden in 1969 werd ook hij een publiekslieveling en één van de meest gerespecteerde en invloedrijke deelnemers van de ‘Week’.

Toen het team in Haarlem speelde, nodigde Bob Sullivan regelmatig voormalige profspelers uit om met zijn ploeg mee te reizen naar Nederland, waaronder voormalige Major League-spelers Phil Regan in 1974 en Scott Meyer in 1982. Verschillende spelers van de Sullivans-ploeg zouden later in de Major League spelen, zoals Paul Assenmacher (die deelnam in 1982), Jeff Cirillo (1990), Bronson Heflin (1992), Mike Sirotka (1990) en Mike Squires (1972). Assenmacher speelde 14 seizoenen in de Major League en bereikte de World Series in 1995 en 1997 met Cleveland Indians. Cirillo speelde ook 14 seizoenen in de Major League en werd geselecteerd voor de All-Star Game in 1997 en 2000. Squires speelde 10 seizoenen in de Major League. In 1980 werd hij de eerste linkshandige catcher in Major League Baseball sinds 1958. En in 1983 was hij de eerste linkshandige derde honkman in 50 jaar.

Door de jaren heen had het team regelmatig spelers met Nederlands klinkende achternamen, zoals Maas, Minnema, Nyhuis, Postema, Schreyer, Terpstra, Vanderberg, Vanderlaan, Vandycke, Vanpelt, Veenstra, Visser en Vos. Dat had natuurlijk te maken met het feit dat de Sullivans uit Grand Rapids kwamen, een gebied in Michigan waar veel families met Nederlandse wortels wonen. Niet alleen in Grand Rapids, maar ook in omliggende plaatsen zoals Holland, Zeeland, Noordeloos, Borculo, Zutphen, Overisel, Bloomingdale en Orangeville.

Sullivan en zijn team namen in de periode 1968-1976 en 1988-1998 zes keer achter elkaar deel aan de ‘Week’. Naast zes keer de Honkbal Week te winnen, eindigde het team drie keer op de tweede plaats en vijf keer op de derde. In 1999 kwamen de Sullivans nog één keer naar Nederland om deel te nemen aan het World Port Tournament in Rotterdam, waar het team als derde eindigde.

In de veertien keer dat de Sullivans deelnamen aan het toernooi in Haarlem, werden er diverse individuele prijzen uitgereikt aan het Amerikaanse team. Drie keer had het team de Meest Waardevolle Speler (MVP) van het toernooi: Jack Benedict (1968), Jack Rumohr (1969) en Glenn Dooney (1990). Vier keer kwam de Beste Pitcher uit de ploeg: Rick Weinrich (1968), Rick Kruger (1969), Delwyn Lindsey (1971) en Tim McDonald (1992). Andere prijzen waren Homerun King (9x), Meest Populaire Speler (2x) en Meest Spectaculaire Speler (3x). Bob Sullivan won tweemaal de Persprijs (1971, 1976) en eenmaal de prijs voor Beste Coach (1972).

De naam van Bob Sullivan is onlosmakelijk verbonden met die van Carl Angelo, die ook een belangrijk onderdeel was van het Sullivans-team. Carl Angelo, die in 2020 op 88-jarige leeftijd overleed, speelde meer dan vijftig jaar honkbal en werd eveneens een legende. Angelo was jarenlang eigenaar van een restaurant in Battle Creek en werd Sullivan’s rechterhand in het honkbalteam. Aanvankelijk was Angelo één van de werpers van het team, later werd hij Assistent Coach. Zoals gezegd, namen de Sullivans veertien keer deel aan de Haarlemse Honkbal Week. Angelo was een vaste werper in de eerste zeven edities, tot en met 1976. Zestien jaar later (1992) gooide Angelo opnieuw in de ‘Week’. In 1996 gooide hij op 64-jarige leeftijd 1/3 inning, waarmee hij de oudste speler ooit werd die deelnam aan de Honkbal Week. In vier andere toernooien fungeerde Angelo uitsluitend als coach. Angelo miste één van de Honkbal Weken waaraan de Sullivans deelnamen.

Carl Angelo was ook erg populair bij de toeschouwers, vanwege zijn grappen en grollen tijdens en rondom de wedstrijden. Dit leverde hem de bijnaam ‘Carl de Clown’ op. In 1982 zorgde Angelo voor één van de meest memorabele momenten in de geschiedenis van de Haarlemse Honkbal Week toen hij de volksliederen van de deelnemende landen op zijn trompet speelde. In 1992 werd de prijs voor de Meest Populaire Speler naar Angelo vernoemd. In 2002 keerde Carl Angelo terug naar Nederland voor een vakantie en schonk hij vervolgens, tijdens de 21e editie van de Haarlemse Honkbal Week, zijn trompet aan het Nederlands Honkbal- en Softbal Museum.

In 1984 was Bob Sullivan één van de dertien personen in de tweede groep die werden opgenomen in Nederlandse Honkbal- en Softbal Hall of Fame. Na het overlijden van Hamilton Richardson in januari was Bob Sullivan het laatst levende lid van deze ‘class’.

Na een paar jaar begonnen Bob Sullivan en zijn team deel uit te maken van het Haarlemse Honkbal Week-meubilair. Van 1963 tot en met 1998 zorgden ze steevast voor spectaculair honkbal en veel vermaak. Het team uit Grand Rapids heeft het toernooi zeker naar een hoger niveau gebracht.

Bob Sullivan bracht altijd sterke teams naar Haarlem. Een paar keer moest Sullivan binnen enkele weken voor het toernooi een team samenstellen, omdat hij werd gevraagd in te vallen toen een andere ploeg niet kon komen. Sullivan accepteerde dat altijd en kwam elke keer met plezier naar Haarlem.

Naast het vermaken van de vele toeschouwers met uitstekend honkbal, genoot Bob Sullivan er ook van om zijn stempel op de wedstrijden te drukken met zijn regelmatige discussies met de scheidsrechters. ,,Ik heb echt genoten van die momenten. Ja, soms was het een show, maar hee, dat hoort er nu eenmaal bij. Maar er zijn zeker ook wel eens verhitte discussies geweest om iedereen scherp te houden. Niet alleen de scheidsrechters en mijn team, maar ook ikzelf”, vertelde Sullivan enkele jaren geleden in een interview met Marco Stoovelaar.

,,Ik vond het geweldig om naar Haarlem te komen, ik hield van het toernooi en ik mocht de organisatoren erg graag, we hebben altijd goed en plezierig contact met elkaar gehad”, zei Sullivan toen ook. ,,Dit is een heel uniek evenement. Ik hield van de toeschouwers, ik hield van hun gezang, ik hield van de interactie met hen. Ze hebben verstand van honkbal, de Nederlandse fans zijn erg deskundig. Mijn spelers hebben zich ook elke keer uitstekend vermaakt. We kwamen regelmatig terug, altijd met plezier. Maar ik moet je ook zeggen dat ik een paar keer om een bevestiging en garantie van de organisatoren heb gevraagd dat we zeker zouden deelnemen en niet op een reservelijst zouden worden geplaatst om vervolgens op het laatste moment te worden opgeroepen als invaller. Maar goed, als ze me vandaag weer zouden bellen, zou ik meteen in het vliegtuig stappen en met mijn team komen”.

Bob Sullivan is één van de echte legendes van de Haarlemse Honkbal Week.

Dear Bob, on behalf of all organisors, volunteers and fans, we want to thank you for your many contributions to our wonderful and tournament. You will always be part of the Haarlem Baseball Week.
Thanks for the memories!

(Beste Bob, namens alle organisatoren, vrijwilligers en fans willen we je bedanken voor je vele bijdragen aan ons prachtige en geliefde toernooi. Je zult altijd deel blijven uitmaken van de Haarlemse Honkbal Week.
Thanks for the memories!)

Het bestuur van de Haarlemse Honkbal Week, iedereen die bij het toernooi betrokken is en al onze trouwe fans betuigen hun diepste
medeleven aan Bob’s familie en wensen hen veel sterkte.

Auteur: Marco Stoovelaar